Lopke schittert: hoe kleuters werken rond kansarmoede
LOP Aarschot stelde zich als centrale doel om rond het thema kansarmoede te informeren, sensibiliseren, responsabiliseren. Met andere woorden: wie zijn de ‘kansarmen’ in een stad als Aarschot? Verschillende partners werkten samen de figuur 'Lopke’ uit. Lopke is een meisje dat opgroeit in een kansarm gezin en net als alle andere kinderen naar school gaat in Aarschot. Ze heeft het daar niet altijd even gemakkelijk, maar ze is veerkrachtig en inventief.
De tekenacademie zorgde voor tekeningen en posters, schrijvers schreven verhalen, er werd muziek gemaakt, handelaars stelden hun vitrines open voor ‘werkjes’… De figuur van Lopke kreeg meer en meer bekendheid. Een werkgroep van leerkrachten werkten, onder begeleiding van het CEGO,
een didactisch pakket uit om Lopke in de klas te leren kennen. Doorheen verschillende verhalen en activiteiten groeit Lopke mee op met de kinderen, van de kleuterklas tot het zesde leerjaar.
Ilse Verbeeck is kleuterleidster bij de 5-jarigen in de basisschool Dol-fijn. Ook in haar klas heeft de lappenpop ‘Lopke’ een klaspop, in het stoeltje zitten’, vertelt juf eigen plaatsje. ‘Ze mag bij Lola, de vaste klaspop. Wij vroegen haar er meer over.
Wie is Lopke?
Lopke is een pop die er ongeveer vanaf februari in mijn klas bijkomt. Enkele mama’s en oma’s hebben voor elk klasje zo’ n pop gemaakt. Aan de hand van concrete verhalen over het dagelijkse leven van Lopke krijgen de kleuters een beeld over wat kansarmoede eigenlijk is.
Enkele voorbeelden:
- Lopke tekent een tekening voor de verjaardag van haar papa. Er zijn niet veel centen om cadeaus te kopen, maar een tekening is ook mooi. Ze tekent een regenboog met alleen rood en blauw, de andere kleurtjes zijn op. Lopke is heel stil, want papa ligt op de bank te slapen. Kevin, Lopkes broertje, maakt altijd lawaai en dan wordt papa boos.
- Pokie is de lappenpop die Oma Wiske, de mama van Lopkes mama, voor Lopke maakte bij haar geboorte. Vandaag mag Pokie mee naar school, maar Shana lacht Pokie uit. Ze laat Pokie in een plas vallen. Mama en Lopke wassen Pokie in de wasserette.
- Lopke krijgt twee euro van oma Lobelia. Lopke gaat met papa naar de winkel. Hij heeft een lijstje gekregen van mama en dat is alles wat ze kunnen kopen. Anders wordt mama boos dat er teveel geld op is. Lopke koopt lippenstift met haar twee euro.
- Het is bijna Sinterklaas. De juf zegt dat de kinderen een schoen moeten meebrengen. Lopke kijkt sip, want ze heeft maar één paar schoenen. Juf An heeft een idee: iedereen mag een oude schoen van mama of papa of oma meebrengen. Die zullen ze dan versieren.
Hoe reageerden de kleuters op de verhalen van Lopke?
De kleuters leven heel erg mee in de verhalen. Er zijn activiteiten en liedjes uitgewerkt, maar de kleuters komen ook zelf met ideeën. Voor de problemen die Lopke tegenkomt, zoeken ze spontaan naar oplossingen: Lopke krijgt kleren van Lola, een kleuter wil zelfs zijn spaarpot meebrengen voor Lopke, … Een ander kind kwam met het idee om ook op de achterkant van al gebruikte papieren uit de prullenmand te tekenen, net als Lopke.
Ik probeer echt te polsen naar hoe zij het zich voorstellen om rijk of arm te zijn. ‘Rijk zijn’, dat is voor hen: mensen die veel geld hebben, goud en juwelen. Hierop kan je als kleuterleidster verder bouwen. Als er geen geld is om cadeautjes te kopen als iemand jarig is, zoeken we naar dingen die ze zelf kunnen maken en ook mooi zijn, maar die niets kosten.
Zo hebben we samen gezocht hoe we zelf ‘gouden juwelen’ kunnen maken. De kinderen deden allerlei voorstellen en we verkenden wat haalbaar was. We kozen ervoor om een broche te maken. De kinderen tekenden de vorm van hun juweel op papier. Soms moesten we deze vorm met de fotokopieermachine vergroten, maar zo bleef het wel nog altijd hun eigen ontwerp. De kleuters plakten met behangerslijm papierproppen op de kartonnen vormen. Toen de lijm droog was, hebben we alles nog eens ingesmeerd met een laag boekbinderslijm. Met een spuitbus met goudkleur werkten de kleuters de juwelen af. Deze juwelen werden achteraf zelfs uitgestald in de etalages van echte winkels!



Voor Moederdag hebben we de bestaande vorm nog een keer verkleind en er twee oorbellen van gemaakt. De kleuters waren heel trots met hun ‘echt juweel’. Dit afgeven gaf hen een heel ander gevoel dan het jaarlijkse moederdagknutselwerkje.
Wat spreekt kleuters zo aan in de figuur van Lopke als een kansarm kind?
Lopke is echt aanwezig tussen de kinderen. Ze zijn erg gesteld op Lopke en nemen de pop mee in de hoeken om samen te spelen. Vooral ook de levensechte situaties uit de concrete verhalen: uitgelachen worden, erbij willen horen, geen vriendjes hebben… ALLE kleuters herkennen dat. Ze komen op voor Lopke en willen haar beschermen. Toen ik bijvoorbeeld naar een Lop-vergadering ging, moest ik daar van de kleuters zeggen dat Lopke bij ons wel mag meespelen (er is namelijk een liedje ‘Lopke hoort er niet bij’).
Op de werkgroep kwam regelmatig de bedenking: wat met de echte Lopkes in de klas? Ik ben er ook van overtuigd dat er in elke klasgroep wel kinderen zitten die het thuis niet te breed hebben. Ze beantwoorden daarom niet aan het clichébeeld dat de meeste mensen hebben van kansarmen zoals: onverzorgd, versleten kledij, luizen… maar toch weet je dat de ouders de eindjes aan elkaar moeten knopen.
Is het dan niet te confronterend om die dingen openlijk te bespreken?
Ik denk dat het juist bevrijdend kan werken voor de kinderen om hun verhaal te mogen vertellen. Het feit dat ze samen naar oplossingen zoeken, helpt nu net om er positief mee om te gaan. Kleuters zijn daar heel open in. Al jaren delen wij in onze school de overgebleven dessertjes van het middageten uit aan kinderen in de klas die geen koekje bij hebben. De kleuters hoeven zich niet te schamen om te zeggen dat ze er geen bijhebben. Soms zijn er kinderen die wel een tussendoortje bijhebben, maar toch ook graag een keer iets uit de dessertendoos willen. Dat kan dan wel. Eigenlijk weten de kinderen het heel goed van elkaar. Als je het dan wil afschermen, creëer je een ongezonde taboesfeer over kansarmoede. Zelf zie je als leerkracht ook beter wat kansarmoede eigenlijk is en hoe je er in de klas dagelijks mee te maken krijgt.
Soms vraag ik mij toch af of ook het echt tot hen doordringt dat er ook Lopkes zijn in hun klas. Of is het enkel dit popje dat hun sympathie krijgt? Bij koekjes delen is dat geen probleem, maar bij meespelen bijvoorbeeld ligt dat toch soms moeilijker. Ze merken het wel als iemand onaardig doet tegen een ander. Toch kan ik besluiten dat de solidariteit en de verbondenheid in de klas heel erg groot is naar aanleiding van die tweede pop in de klas. Een klaspop is sowieso voor kinderen een heel makkelijke manier om hun verhaal kwijt te kunnen, bijvoorbeeld als ze boos zijn of er iets gebeurd is. Maar als ze iets tegen Lola vertellen of voor Lola een liedje zingen, willen ze dat ook voor Lopke doen.
Deze tweede klaspop is voor hen gewoon een extra kans. Lola kennen ze al van het begin van het schooljaar. Zij steekt dingen uit, doet soms iets fout (net als de kleuters)… en heeft ook al eens luizen, maar dat is allemaal niet zo erg. De kleuters worden zo gestimuleerd om te leren omgaan met ‘anders zijn’ en ‘elkaar als gelijke zien’. Lopke wordt dan ook niet enkel ‘uit de kast gehaald’ als er een financieel probleem is of zo. Lopke en Lola zijn gewoon klasgenoten die samen met de kleuters vanalles meemaken.
Hoe reageerden de ouders?
Ik heb eigenlijk alleen maar positieve opmerkingen gehad. De kinderen vertelden thuis vaak over Lopke. Op de website kwamen regelmatig aankondigingen over wat we gaan doen of een verslag over de activiteiten in de klas. (Bekijk ’Lopke schittert’, een videoreportage met initiatieven rond Lopke uit de hele basisschool op de website van de school.)
Bij de diploma-uitreiking op het einde van het schooljaar hadden de moeders onderling afgesproken om de zelfgemaakte Lopke-juwelen aan te doen. Het was een prachtig zicht en de kleuters waren apetrots!
Met de kansarme ouders heb ik wel minder contact. Ik denk dat dat komt omdat zij zich vaak bedreigd voelen door ons.
Wat is de betekenis van dit project voor jou geweest?
In het begin ben ik er wat in gegooid. Ik begreep niet zo goed wat de bedoeling was en het bleef allemaal nogal theoretisch. Door dan toch wat uit te proberen en er steeds verder op door te denken, ben ik erin gegroeid. Ik vond het heerlijk om een keer een langere tijd op één thema te kunnen doorwerken, in plaats van iedere keer weer nieuwe kleine themaatjes aan te snijden. Ik heb ervan geproefd en de smaak zo sterk te pakken gekregen, dat ik er nog verder in wilde gaan.
Ik werk nu nog één dag per week in mijn klasje, maar ben daarnaast ook halftijds educatief medewerker bij de ‘Wereldwerkplaats’ in Kessel-Lo. Het thema ‘kinderrechten’ (waarrond ik nu infosessies en workshops geef) sluit heel nauw aan bij waar we met Lopke mee bezig waren en bij het werken vanuit de kinderen, wat ik zelf toch altijd al heel belangrijk heb gevonden.
Tip
Op de website van het ECEGO vind je naast het verhaal van Lopke ook een activiteitenfiche met geschenkideeën voor cadeautjes die niet duur hoeven te zijn. Deze verscheen eerder al in het tijdschrift Kleuters & Ik