start > kleuteronderwijs > andere initiatieven > jaar van de kleuter > interview Kris Van den Branden en Machteld Verhelst

Het Jaar van de Kleuter

  • De overheid neemt dit jaar een aantal maatregelen om de kleuterparticipatie te bevorderen. Lees meer.

  • Wat gebeurt er ondertussen in de praktijk? Wat doen scholen ermee?


Steunpunt GOK over kleuterparticipatie

In 'Het jaar van de kleuter' en ook daarna zullen er verschillende acties ondernomen worden om meer kleuters sneller in het kleuteronderwijs te laten instappen. Krijgen kinderen zo meer kansen? Wat is de meest efficiënte manier om met de kleuters aan de slag te gaan? Wij vroegen het aan Kris Van den Branden en Machteld Verhelst van het Steunpunt GOK.

Draagt kleuterparticipatie bij tot gelijke onderwijskansen?

Uit onderzoek blijkt dat jonge kinderen die niet aan het kleuteronderwijs participeren, meer kans lopen op schoolachterstand. Vooral bij anderstalige en kansarme leerlingen is dat gevaar reëel. Het zijn vaak deze kinderen die later in het kleuteronderwijs instappen of vaak afwezig zijn, terwijl zij net veel baat hebben bij de pedagogische stimulansen die het kleuteronderwijs biedt.

Het Vlaamse kleuteronderwijs staat bij de OESO als zeer kwaliteitsvol aangeschreven: het zorgt voor de persoonlijke, sociale en cognitieve ontwikkeling van de kinderen, en daar plukken ze in hun verdere schoolloopbaan de vruchten van. Een vroege instap in het kleuteronderwijs én een aanmoediging om vaker naar school te komen, kan dus zeker bijdragen tot meer gelijke onderwijskansen. Een zo vroeg mogelijke en zo intensief mogelijke begeleiding van deze kinderen vergroot hun kansen op schoolsucces. Investeren in kleuters is investeren in de toekomst.

Hoe kan het kleuteronderwijs er in de praktijk voor zorgen dat meer kleuters onderwijskansen krijgen?

Niet alleen de kleuterparticipatie op zich is belangrijk, maar er moet ook een zinvolle tijdsbesteding zijn in de kleuterklassen, zodat er op een kansrijke manier met de kleuters kan worden gewerkt. Het verder professionaliseren van kleuterleidsters met veel risicokinderen is dan ook één van de doelstellingen van de minister.

Als we de ontwikkeling van kleuters al op hele jonge leeftijd op school willen stimuleren, moeten we ervoor waken dat we dat niet op een al te schoolse manier doen. Kleuteronderwijs moet speels en ontspannen zijn. Kleuterleidsters moeten goed aansluiten bij de natuurlijke ontwikkeling van kinderen: al doende leren is hier het uitgangspunt.

Wat zijn de ingrediënten van een krachtige leeromgeving voor kleuters?
We kunnen een krachtige leeromgeving in de kleuterklas omschrijven als een positief en veilig klasklimaat waarbinnen kleuters geconfronteerd worden met betekenisvolle activiteiten en ondersteund worden bij de uitvoering daarvan door kleuterleid(st)er en medekleuters.

Een positief klasklimaat is cruciaal voor de kleuters om tot evenwichtige en volle ontplooiing te komen: kinderen die zich veilig en goed voelen in een klas, zullen meer openstaan voor stimulansen dan kinderen die zich bedreigd voelen. Het zelfvertrouwen van kleuters kan bevorderd worden doordat de kleuterleid(st)er duidelijk blijk geeft van waardering over wat de kleuters zeggen en doen. In een veilige leeromgeving worden er voor de kleuters geen bedreigingen ingebouwd. Het geven van positieve feedback versterkt het competentiegevoel van de kleuters.

Dat zelfvertrouwen kan de leerkracht aan de kleuters geven door hen vaak succeservaringen op te laten doen. De kleinste succeservaringen helpen de kleuter om zijn venster op de buitenwereld te blijven openzetten. Succes betekent daarbij niet dat de kleuters een perfect afgewerkt eindproduct moeten afleveren. Er mogen fouten gemaakt worden. De feedback die de leerkracht geeft, is feedback om het proces voort te helpen. Ook aandacht schenken aan de moedertaal van de kinderen, kan bijdragen tot een klimaat waarin kleuters zich aanvaard voelen zoals ze zijn.

Idealiter staat de klasdag bol van betekenisvolle en motiverende activiteiten, uitgevoerd in het gezelschap van medekleuters en/of de leerkracht. Een kleuter is een echte wereldverkenner! Terwijl het kind (handelend, experimenterend, zelfontdekkend) een nieuw stukje wereld verkent, wordt hij uitgedaagd om zijn grenzen te verleggen en creatief te zijn. Als de opdracht boeiend is, aantrekkelijk, en aansluit bij de leefwereld van de kleuters, is de kans groot dat kleuters geïnteresseerd zijn om eraan te beginnen. Vaak is het niet eenvoudig om de belangstellingspunten van een kleuter te weten te komen. Vele jonge kleuters zeggen immers heel weinig. Een belangrijke rol is daarom weggelegd voor observatie: de kleuterleid(st)er bekijkt de kleuter tijdens zijn vrij spel, zoekt naar aanknopingspunten, naar voedingsbodems voor ontwikkelingsstimulering.

De bedoeling is dat kleuters uit het gewone aanbod van de klas zoveel mogelijk oppikken. Als een ontwikkelingsbedreigde kleuter echter nog niet genoeg haalt uit de directe leeromgeving, zijn bijkomende vormen van ondersteuning nodig. Bij de uitvoering van betekenisvolle taken is het nodig dat de kleuter materieel, en via interactie ondersteund wordt. De kleuterleidster kan gericht helpen bij het oplossen van problemen die zich mogelijk tijdens het uitvoeren van een activiteit voordoen. Essentieel daarbij is dat kleuterleidsters op een professionele wijze met de diversiteit onder hun kleuters weten om te gaan.

Dat gaat wellicht het best in kleine klassen?
Dat klopt. Het is dus goed dat er daarrond maatregelen worden genomen in het kader van 'Het jaar van de kleuter'. Een jonge kleuter die terechtkomt in een groep van 25 kleuters of zelfs meer, dreigt al te vaak te weinig individuele aandacht te krijgen. Niet alleen zijn welbevinden loopt daarbij gevaar, maar voor het stimuleren van de ontwikkeling van de kleuters is werken met kleinere groepen kleuters aangeraden. De kleuterleidster kan gerichter ondersteunen als ze alert is voor de signalen van het individuele kind, inspeelt op wat het kind aanbrengt, in persoonlijke interactie kan treden met de kinderen, ervoor zorgt dat alle kleuters betrokken blijven, enzovoort.

Hoe belangrijk is de communicatie met ouders?
Als het gaat om het stimuleren van kleuterparticipatie, is communicatie met ouders zeer belangrijk. Het is dus cruciaal om de drempel van de school zo laag mogelijk te houden. In een kleuterschool kan dat makkelijker dan in een lagere school of een secundaire school: ouders mogen een kijkje komen nemen in de klas, mogen met hun kind de speelplaats op, kunnen meedoen met allerlei activiteiten in de klas, uitstappen, bewegingslessen, feesten…. Als de school de ouders heel concreet vertelt en toont wat de kleuters allemaal doen en leren in het kleuteronderwijs, dan zullen zij ook veel sterker geneigd zijn om hun kind systematisch naar school te laten gaan.

Voor anderstalige ouders die het Nederlands onvoldoende machtig zijn om met de school te communiceren of om informatie over het onderwijs te begrijpen, kan best overwogen worden om een tolk of vertalingen in een andere taal in te schakelen. Heel wat schoolteams waar veel anderstalige kinderen schoollopen, doen dat spontaan om de communicatie met ouders te verbeteren. Als er een goed, spontaan contact is tussen ouders en school, kunnen ouders vertellen wat ze van een kleuterschool verwachten, en kunnen ze ook veel vertellen over de kleuter aan de leidster of de directie: op die manier leren de leidsters het kind ook veel beter kennen, en kunnen zij nog makkelijker inspelen op de behoeften van het kind. Een goed tweerichtingsverkeer tussen ouders en school ondersteunt kleuterparticipatie dus volop: communicatie tussen ouders en school staat voorop, en liefst zo informeel mogelijk!

(tekst: Kris Van den Branden en Machteld Verhelst)

2008 Steunpunt GOK - auteursrecht & disclaimer - contact