Het Jaar van de Kleuter in de praktijk
- Enkele zorgcoördinatoren en directies over kleuterparticipatie
We hadden gesprekjes met enkele zorgcoördinatoren en directies uit Genk, Zonhoven en Heusden-Zolder en het LOP in Heusden-Zolder. We vroegen wat kleuterparticipatie voor hen betekent.
Zorgcoördinator (Veerle Van Eynde): ‘Voor ons staat de
motivatie van de kinderen om naar school te komen centraal. We willen dat de kinderen graag komen, zich hier goed voelen, en dat ze dan betrokken kunnen bezig zijn! Net dat maakt de aantrekkingskracht uit van ‘naar school gaan’. We investeren dus vooral in een klaswerking die zo optimaal mogelijk verloopt. Iedereen is welkom bij ons. Dit nemen we met ons team zeer ter harte. We trekken dan ook heel wat kinderen aan uit kansarme en allochtone gezinnen. Ook de ouders zijn altijd welkom. Soms vallen ze wel eens binnen op een minder gunstig uur, maar we proberen dan toch tijd voor hen te maken. We willen de drempel zo laag mogelijk houden.’
Directeur (Mia Evens): ‘Dat kinderen regelmatig en op tijd naar school komen is heel belangrijk. Een kleuter die onregelmatig komt, mist heel wat. Je leert op school nu eenmaal andere dingen: knippen, plakken, met klei spelen,
samenspelen… Deze dingen zijn, net als thuis gezellig babbelen, TV kijken, op de computer spelen enzovoort, ook belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. We zijn dus blij met de aandacht voor kleuterparticipatie. Dit neemt natuurlijk niet weg dat de ene kleuter al vroeger dan de andere ‘klaar’ is om naar school te gaan. Tweeënhalf jaar is nog heel jong. Voor sommige kinderen is het niet gemakkelijk om een hele dag door te brengen bij iemand die ze niet kennen en soms helemaal niet verstaan, om mee te draaien in een (grote) klasgroep of om afscheid te nemen… Dan zou een halve dag naar school gaan beter zijn, denken we. Maar dit is voor veel – zeker werkende - ouders niet altijd haalbaar. Daarom zorgt een nabijgelegen kinderopvang, in samenwerking met ons, tussen 12 uur en 13u30 voor de opvang van de allerjongsten. Ze kunnen apart eten en krijgen de kans om wat te slapen. In de namiddag kunnen ze dan gewoon terug in de klas aansluiten. Mede dankzij dit initiatief kunnen wij ook een gemengde populatie houden in onze school.'
Zorgcoördinator en directie (Igne Hendrix en Rita Gijsen): ‘We hebben kleuterparticipatie als thema opgenomen op niveau van de scholengemeenschap. De opdracht van de minister start met het opsporen van kleuters die niet naar de kleuterschool komen en op die manier de
voorbereiding voor het lager onderwijs missen. Voor elke school werd via grafieken in kaart gebracht in welke klassen er regelmatig afwezigheden waren. Dit is het vertrekpunt om een actieplan uit te werken. Zo blijkt de afwezigheid van kleuters in onze school niet echt een probleem. Het accent ligt meer op kleuters die regelmatig te laat komen en bijvoorbeeld ’s morgens het onthaal in de klas missen. Vanaf de tweede week na de krokusvakantie gaan de kleuterleidsters goed noteren welke kleuters te laat komen. We proberen ook te achterhalen waarom: ze hebben zich verslapen, zijn ziek … Als er kleuters zijn die we regelmatig missen, willen we hier samen met de ouders een actieplan voor opmaken.’
Zorgcoördinator (Veerle Van Eynde): ‘Bij ons blijven er wel soms kinderen afwezig. Goed contact met ouders uitbouwen is dan erg belangrijk. We vertellen hen over de kansen in de (kleuter-)school. Als een kind regelmatig afwezig blijft, wordt er samengewerkt met ouders, CLB en eventueel anderen (opvoedingswinkel, thuisbegeleidingsdienst…). We verkennen samen welke initiatieven er genomen kunnen worden. Soms lukt dit, maar soms ook niet. Sommige ouders hebben heel wat problemen aan hun hoofd.’
Zorgcoördinator en directie (Igen Hendrix en Rita Gijsen): 'In het kader van het inschrijvingsbeleid hebben we ons ook vragen gesteld over de visies in onze scholen: hoe hoog is de drempel voor ouders? Wat vinden ouders belangrijk? Hoe kindvriendelijk zijn wij? Elke school heeft zijn accenten. Je wordt uitgedaagd om het onthaalbeleid algemeen en het contact met ouders nader te bekijken. We organiseren in onze school nu info-avonden voor ouders, open klasdagen waarbij instappertjes al eens kunnen kennismaken, en sturen verjaardagskaartjes naar alle 2-jarigen. We kaarten ook thema’s aan die ouders en school samen aanbelangen zoals zindelijkheid: ook kleuters met pampers zijn welkom in onze school, maar we werken er tegelijk samen rond via boekjes. In de toekomst willen we de zorguren gebruiken om in de klas zelf te werken aan een krachtige leeromgeving, met specifieke aandacht voor zorgkinderen.’
LOP (Reinhilde Bielen): ‘Het accent ligt bij ons op het verlagen van de drempel tussen thuis en school, zowel voor
de kleuter als voor de ouders. Dit is niet enkel nodig voor allochtone kleuters, kansarme of taalzwakke kleuters. Voor álle peuters is de stap naar de kleuterschool een belevenis! In een werkgroep met kleuterleidsters werkten we het welkomstpakket ‘Wannes’ (1) uit om ouders en peuters te begeleiden bij de stap naar de kleuterschool. Alle scholen in Heusden-Zolder, Beringen en Leopoldsburg kunnen het gebruiken. Als ouders hun peuter komen inschrijven in een school, krijgen zij een cadeautje: een kijkboekje ‘Wannes’ en een doe-boekje. Dit is voor velen een grote verrassing. Ouders en peuter voelen zich onmiddellijk welkom!
Aan de hand van het verhaal van Wannes krijgen de ouders en de peuter een beeld van wat er in een kleuterklas te beleven is. We kozen voor een stevig boekje in duurzaam materiaal, zodat het echt veelvuldig gebruikt kan worden. De prenten zijn voor de peuters een herkenningspunt: een tekening op de klasdeur, de poppenhoek, de jas aan de kapstok, het potje… In de klas worden deze prenten opgehangen en gebruikt. Thuis kunnen ze vervolgens aanleiding zijn om over de klasdag te vertellen, ook voor taalzwakkere kleuters. Kleuters die huilen in de klas, grijpen soms ook terug naar het boekje als troost. Naast het kijkboek is er ook een doe-boekje. Op de eerste pagina kan de kleuterleidster bij wijze van welkom iets persoonlijks schrijven of haar foto plakken. Er is ook een plaatsje voor het ‘kenteken’ van de peuter. Het gaat hier niet puur om de ‘schooltaal’ die meegegeven wordt, maar is vooral een uitnodiging opdat ouders met hun kinderen praten over de school. Bijv. waar hangt jouw jasje? Dit kan in eender welke taal.
Centraal staat de interactie tussen ouder en kind over school. Er staan ook kleine opdrachtjes in. Sommige ouders zijn aangenaam verrast dat ze met hun peuter ook al een boekje kunnen ‘lezen’. Ze denken soms dat hun peuter daar te klein voor is. Verder staan er een heleboel tips in. Vaak gaat het voor leerkrachten om vanzelfsprekendheden, die toch niet altijd zo evident zijn voor alle ouders. Enkele voorbeelden:
- steek geld altijd in een gesloten enveloppe, met de naam van de kleuter erop
- breng de kleuter op tijd naar school want te laat komen is niet zo fijn voor de kleuter. Het onthaal is dan al begonnen.
- woensdag is ook een belangrijke dag
- zeg tegen je kleuter wie hem na schooltijd komt halen
Tenslotte is er nog het ‘hoe’-boekje voor de school. Hier vinden scholen vooral informatie in over hoe ze met het boekje kunnen werken of met ‘verteltassen’. Er is ook een CD waarmee men een schoolspecifiek doe-boekje kan samenstellen. Bedoeling is wel niet hier een soort schoolreglement van te maken, of als (huis-)werkblaadjes te gebruiken.'
Directeur (Mia Evens): 'We werken ook met het boekje ‘Wannes gaat naar school’ van het LOP. Hier krijgen we
heel positieve reacties op. Een Turkse moeder zei onlangs nog dat ze er heel veel aan heeft gehad. Zij en haar kind praten via het boekje vaak over school.
We hopen dat de aandacht voor kleuterparticipatie verder zal gaan dan gewoon het in kaart brengen van welke kleuters al of niet naar school gaan. Er zijn heel wat overlegmomenten met Kind en Gezin, met het LOP... Hier was al een traditie van communicatie, maar dit moet nu verder doorgroeien tot initiatieven die voelbaar zijn in de klas.
Tip: Een kijkboek van Wannes kost 10 euro. Een volledig pakket 25 euro. Bestellen kan via mail bij schoolopbouwwerk Heusden-Zolder: Gulay.yakisikli@heusden-zolder.be.
- GOK +
Gewone GOK-uren worden maar om de drie jaar toegekend. Kleuters die in tussentijd instappen en die ook aan de GOK-criteria voldoen, leveren vanaf september 2007 voor scholen met veel GOK-leerlingen GOK+-lestijden op.
GOK-begeleidster (Josée Libens) 'De meeste scholen laten de uren gewoon aansluiten bij de bestaande GOK-werking. Zo worden deze uren in een VBS in Opglabbeek voornamelijk worden ingezet voor meer ouderparticipatie en ook om te werken met prentenboeken, waarbij taalvaardigheid en sociale vaardigheden een extra impuls krijgen.'
(tekst: Ilse Aerden en Mie Sterckx)