start > lager onderwijs > andere initiatieven > interview Sint-Salvator

Doorstroming en oriëntering: we gaan samen zoeken naar het beste voor uw kind!

Doorstroming en oriëntering is een GOK-thema dat door scholen weinig gekozen wordt. De belangrijkste reden daarvoor is waarschijnlijk dat scholen weinig zicht hebben op de concrete invulling van dit thema. Met dit verhaal willen we duidelijk maken dat het veel meer omvat dan enkel op het scharniermoment zorgen voor een vlot verloop. We praten met Bart, meester van het 6de leerjaar, en twee zorgcoördinatoren Anne en Magda, van de Sint-Salvator Basisschool in Gent. Dit is een school met 100% GOK-leerlingen.

Wat betekent voor jullie ‘werken aan doorstroming en oriëntering’?
Voor ons is het thema ‘doorstroming en oriëntering’ heel sterk verbonden met het zorgverhaal. Omdat we de evolutie van kinderen zeer goed willen opvolgen, vinden we het belangrijk dat alle betrokken partijen van aan de start meegenomen worden in het verhaal van het kind.

Het kind oriënteren is niet alleen iets wat moet gebeuren in het zesde leerjaar, maar is een taak voor de gehele basisschool. Het behalen van de eindtermen is ons gezamenlijke doelstelling!

Voor enkele kinderen verloopt dit moeilijker. Deze kinderen volgen we tijdens hun schoolloopbaan intensief op. Het gaat niet alleen over de overgang zesde leerjaar - secundair, maar ook over het volgen van een ander traject binnen de eigen school of een overstap naar een andere onderwijsvorm.

Bij de oriëntering naar het secundair onderwijs proberen we wel het watervalsysteem van ASO naar TSO en BSO te vermijden. Voor ons is het dan ook een basisprincipe dat al deze richtingen gelijkwaardig zijn en dat het belangrijk is dat iedereen zijn plaats vindt.

Wat doen jullie concreet?
Het werken aan doorstroming en oriëntering start vanaf de eerste kleuterklas via goede contacten met ouders. We bespreken dan al met hen wat er goed gaat en wat er eventueel moeilijk loopt. Indien nodig stellen we externe hulp voor.

Maandelijks hebben we overleg rond zorg en nemen we heel wat initiatieven om op maat te werken of eventueel extra begeleiding te voorzien (klasintern/klasextern). Dit gebeurt steeds vanuit verschillende gesprekken met ouders. Als een kind moet overzitten, is er al regelmatig contact geweest met de ouders.

Het rapport bevat bij ons ook geen cijfers, maar symbolen: -- en - zijn zorgen of tekorten ten aanzien van de verwachtingen, + en ++ staan voor positieve punten. Omdat ouders worden meegenomen in het verhaal van hun kind, krijgen ze een goed beeld van wat ze kunnen verwachten.

We zoeken samen naar gepast vervolgonderwijs. De visie die wij sterk willen doordrukken is: Onderwijs op maat van het kind!

Zo hebben we sinds twee jaar een extra optie gecreëerd door in de derde graad een B-stroom op te richten. Dit is voor de leerlingen waarvoor is gebleken dat het behalen van de eindtermen tijdens hun schoolloopbaan  niet haalbaar is. Deze leerlingen stromen door naar het beroepsonderwijs. Het instappen in dit traject gebeurt enkel met toestemming van de ouders!

Deze optie betekent dat kinderen 3 uur per week in een aparte groep begeleid worden voor wiskunde. De opdrachten op 5de en 6de leerjaar zijn voor hen vaak niet weggelegd, omdat ze de basis van de vierde klas nog niet bereikt hebben. In plaats van ‘mee aan te modderen’, vertrekken we vanuit wat ze wel kunnen en maken ze er individueel aangepaste oefeningen.

De focus ligt niet meer op het halen van de eindtermen, maar ze moeten wel de leerstof van einde vierde leerjaar onder de knie krijgen. Sommige leerlingen slagen erin ook een deel van de leerstof van de vijfde klas te beheersen. Het is belangrijk elk kind zo ver mogelijk te brengen!

Transparantie is een sleutelwoord. We gaan met ouders om als partners en laten hen altijd de keuze. Ze kunnen er ook voor kiezen om het kind toch in de reguliere klas te laten, maar kiezen dan – net als de kinderen – ook voor de consequenties.

Zijn er dan zoveel leerlingen die laag scoren in de school?
Op dit moment gaan er slechts 4 kinderen naar de B-stroom. We nemen ook regelmatig genormeerde testen af om hun resultaten steeds te toetsen aan de basisleerstof die normaal gekend moet zijn.

We staan erop dat we de algemeen gemiddelde norm blijven voorhouden. De resultaten van de genormeerde toetsen en klastoetsen zijn de start om gedifferentieerd te werken. Welke noden heeft de klas, het individuele kind?

Hoe begeleid je kinderen en ouders dan in het zesde leerjaar bij het maken van een goede studie- en beroepskeuze?
Doorstroming en oriëntering is op deze manier niet louter voor het zesde leerjaar. Er wordt van in het begin gewerkt om kinderen op de juiste plaats te krijgen. In het laatste jaar wordt vooral ‘afgerond’, nemen we beslissingen… We verkennen dan het brede spectrum van mogelijkheden na de lagere school.

Hiervoor zetten we verschillende stappen via oudergroepen, activiteiten in de klas, tutor babbel… Alles wordt heel goed voorbereid door de zorgleerkracht, die het kind al jaren opvolgt, de klasleerkracht van het zesde leerjaar, die goed zicht heeft op het al of niet behalen van eindtermen, en de CLB-medewerkers, met goede kennis van de mogelijkheden in het secundair onderwijs.

Tijdens de contactmomenten is de voornaamste boodschap: ‘een goede keuze maken is belangrijk!’

Hoe gebeurt dan uiteindelijk het geven van het advies?
Wanneer we in maart een advies geven op het individuele oudercontact, is dat een voorlopig en vrijblijvend advies. De leerkracht vertelt aan de ouders over de prestaties in de klas. De CLB-medewerker vertelt over de mogelijke studierichtingen. Dit gebeurt aan de hand van het boek: “De grote stap: Secundair onderwijs in de regio Gent 2008”, met de verschillende studiekeuzes dat we samen verkennen.

Daarna is er een nagesprek met de zorgcoördinatoren. Hierin worden de ouders en leerlingen bevraagd: is dit wat je had verwacht? Deze nazorg vinden we heel belangrijk. Samen bespreken we dan ook wat er op de BASO-fiche ingevuld wordt (een fiche in verband met de overgang basis-onderwijs - secundair onderwijs). Ouders en leerlingen bepalen dus mee wat ze zelf willen doorgeven.

Er wordt ook bekeken welke opendeurdagen er zijn, waar ze naartoe kunnen. Eventueel gaan we mee naar de inschrijving. Maar we merken dat dat steeds minder nodig is. Dit alles maakt dat de meeste leerlingen ruim op tijd ingeschreven zijn.

Wat dan met ouders die niet komen naar oudercontacten?
Als er ouders zijn die we niet bereiken, steken we hier extra tijd en energie in. We vragen hen bijvoorbeeld wanneer het hen past om toch langs te komen, eventueel meerdere keren opnieuw, of we gaan zelf op huisbezoek. We blijven hen eigenlijk contacteren omdat we het zo belangrijk vinden. Ook goed polsen naar de redenen waarom ouders soms niet komen, is essentieel.

We werken ook heel veel met oudergroepen. Voor de oudergroepen rond de oriëntering na het zesde, wordt de klas in twee groepen gesplitst. Elke groep komt op een ander moment samen. De kinderen krijgen een brief mee en de duidelijke vraag om de ouders mee te motiveren om te komen. De kleur van de brief komt overeen met de dag van de vergadering. Dit is in elk leerjaar zo, dus kinderen en ouders kennen dit.

Voor de ouders die de Nederlandse taal niet machtig zijn, wordt een tolk voorzien. Het is heel belangrijk om goed te luisteren naar de zorgen en vragen van ouders. Zij zijn bijvoorbeeld heel bang voor spijbelen, een thema waar we dan ook ruimte voor maken.

Omdat we de ouders goed informeren en hen tegelijk nog de keuzevrijheid geven, voelen ze zich ook goed in de school.

Wat raad je andere scholen aan die rond “Doorstroming en Oriëntering” willen werken? 
Een verhaal als dit groeit stap voor stap en is dan ook nooit af. Je moet voortdurend evalueren, bijsturen… Wij hebben ook niet ‘de manier bij uitstek’ gevonden die voor elke school passend is. Elke school moet dat voor zijn populatie en zijn werking uittekenen.

Belangrijk is wel dat je werkt vanuit de positieve stroom, die er vanuit dit thema ook in onze school is gegroeid. Je moet je positief oriënteren naar zorg en zowel ouders als leerlingen meenemen vanuit welbevinden. Een oudergesprek hoeft niet ervaren worden als een negatief gesprek. Het is voor ons veeleer ‘we gaan samen zoeken naar het beste voor uw kind’.

 

Doorstroming en oriëntering: werken rond drie begrippen

In de omschrijving van “Doorstroming en Oriëntering” staan drie begrippen centraal: ‘zelfconceptverheldering’, ‘keuzecompetentie’ en ‘horizonverruiming’. Lees hier hoe de Sint-Salvatorschool hieraan werkt.

Jaaroverzicht

Bekijk ook hun jaaroverzicht van intiatieven rond doorstroming en oriëntering in het zesde leerjaar (pdf-document).

2008 Steunpunt GOK - auteursrecht & disclaimer - contact