start > over steunpunt gok > gok achtergrondinfo > van derden > interview inspecteur Jean-Louis Leroy

GOK-inspectie: een voorproefje

In het derde jaar van de GOK-cyclus is er GOK-controle. Wat moeten scholen hiervan verwachten? Inspecteur Jean-Louis Leroy van het secundair onderwijs licht alvast een tipje van de sluier op.

Met welk verwachtingspatroon trekt u naar de scholen?
Ik ben vooral benieuwd naar de evoluties die we gaan zien, ook binnen de scholen die we voor het eerst controleren. Bij de start van de eerste cyclus is het allemaal toch wel snel moeten gaan. Nu was er meer tijd voor een goede analyse van de beginsituatie en werd het nascholingsaanbod uitgebreid. In elk geval liggen de verwachtingen globaal hoger dan de vorige keer, zeker ook op niveau van de doelen. Nieuwe scholen moeten op een aantal parameters gemiddeld 2,5 op 4 halen en voor de doelen 2 op 4. Voor de scholen die we een tweede keer controleren is dat twee keer 2,5. (nvdr: Jean-Louis Leroy verwijst hier naar cesuren die vastgelegd werden in de handleiding die zal gebruikt worden bij de GOK-inspectie. De handleiding downloaden van de website van de onderwijsinspectie.)

De zwakke plek vorige keer was het aantonen van effecten, zeker ook op leerkrachtenniveau. Het zou me niet verbazen dat dit ook nu weer het grootste probleem wordt. Binnen het GOK-beleid op school werkt men meestal met coördinatoren. Dat is goed, maar tegelijk werkt het ook doorschuifstrategieën in de hand. In een goede GOK-werking zouden alle leerkrachten binnen hun eigen praktijk ook bepaalde acties moeten ondernemen. Maar dat betekent natuurlijk tegelijk dat die leerkrachten in een bepaalde visie op onderwijs moeten meestappen. En dat is niet evident. Er zijn ook andere visies op onderwijs mogelijk. Ook bij ouders. Zolang alles goed gaat met hun kind zijn ze voor een selectief systeem, maar zo gauw het tegenvalt, is het van ‘wat gaan jullie nu doen voor mijn kind?’

Laat dat aantonen van effecten nu net datgene zijn waar de meeste scholen van wakker liggen. Onze indruk was trouwens dat het leerlingenniveau het allermeeste zorgen baarde? Misschien wel, maar in de vorige ronde lukte dat toch al iets beter dan het leerkrachtenniveau. Het probleem begint eigenlijk bij de start. In de beginsituatieanalyse hadden duidelijke, concrete, meetbare en heldere doelstellingen moeten staan. En men moet op voorhand nadenken over vragen als: hoe gaan we effect kunnen vaststellen en vanaf wanneer zijn we tevreden? In de praktijk zien we dat doelen en acties wel eens door elkaar gehaald worden en niet altijd volgens het SMART-principe worden geformuleerd.

Kunt u enkele voorbeelden geven van data die scholen kunnen gebruiken om effecten aan te tonen?
Cijfers die aantonen dat leerlingen betere resultaten halen of beter doorstromen. Stel dat taalvaardigheid als thema werd gekozen. Met aandacht voor instructietaal, duidelijke taal of het ondersteunen van taalvaardigheid bij alle leerlingen, moet je toch iets kunnen merken aan de resultaten van leerlingen? Soms worden essentiële zaken niet gerapporteerd. Als er inhaallessen worden gegeven in de eerste graad, dan moet je aan de hand van de resultaten van de leerlingen die de inhaallessen volgden, toch kunnen vaststellen of die lessen iets hebben uitgehaald. Dat zijn toch dingen die je als school sowieso wil weten? Leveren onze inspanningen iets op? Effecten moeten trouwens niet altijd via puur kwantitatieve indicatoren worden aangetoond. In een school waar we als testschool zijn langs geweest, werd leerlingen gevraagd naar hun welbevinden op school en hun participatiegraad. Je kon er een evolutie zien dat meer leerlingen participeerden en meer leerlingen na verloop van tijd bepaalde activiteiten in de school als positief aanduidden. Of effecten van inhaallessen, hier kan je ook vragen over stellen aan leerlingen. ‘Vind je dat je de stof nu beter onder de knie hebt?’

Leent het ene thema zich niet beter tot het aantonen van effect dan het andere?
Ja, dat klopt. Alles wat te maken heeft met taalvaardigheidsonderwijs of remediëring van leerachterstanden laat zich makkelijker registreren. Maar toch. Omgaan met diversiteit bijvoorbeeld. Neem nu een school die in haar analyse van de beginsituatie gestart is vanuit de vaststelling dat er een aantal conflicten zijn in de school die draaien rond het samenleven met verschillende diversiteiten. En dat ernaar wordt gestreefd om die conflicten met een bepaald percentage terug te dringen. In de loop van het proces moet je dan toch dingen kunnen vaststellen, dat leerlingen gemakkelijker samenwerken met elkaar in de klas of dat er zich minder kliekjes vormen of dat er zich minder conflicten op de speelplaats voordoen.

Scholen klagen dat al die gegevens registreren veel van hen vergt.

Van een zelfevaluatie mogen we toch iets meer verwachten dan een buikgevoel van tevredenheid of een intuïtief aanvoelen? Het gaat toch om een serieuze investering van belastinggeld in cruciale zaken. Per slot van rekening staan we op een kruispunt. Gaan we een hele bevolkingsgroep creëren die van ouders op kinderen werkloos blijft of gaan we dat proberen doorbreken?

Hebt u begrip voor het argument van administratieve overlast dat scholen wel eens gebruiken in het kader van zelfevaluatie en controle?
Het laatste wat wij vragen, is de productie van papier. In tegendeel: liefst hebben we één stevig dossier dat to the point is. Als we dan nog vragen hebben, kunnen we die nog altijd stellen. Wij moeten ons dikwijls door mappen worstelen met verslagen van vergaderingen waarin dan te lezen staat dat leerkracht X aan leerkracht Y een interessante DVD heeft overhandigd. Wat mij veel meer interesseert, is een bondig verslag van een vakgroep die haar beleid uit de doeken doet, waarin staat welke inspanningen geleverd werden en wat leerkrachten effectief in hun klas hebben gedaan om meer gelijke onderwijskansen te realiseren. Zodat je kunt vaststellen dat er gewerkt wordt rond een visie.

Er is de jongste tijd veel te doen over het belang van het beleidsvoerende vermogen van scholen. Hoe belangrijk is het voor GOK?
Heel belangrijk. Bij de vorige GOK-controle bleek dat je uit de GOK-werking heel goed kon opmaken hoe de school in haar geheel beleidsmatig was georganiseerd. Scholen die een negatief advies kregen, waren scholen waar het ook aan een stevig algemeen beleid ontbrak. Pas op. Er waren daar scholen bij met heel zware problematieken. Ontwrichte scholen ook. Maar als je te horen krijgt dat de vorige GOK-coördinator is verdwenen en dat die alle documenten heeft meegenomen, dan is er toch iets grondig mis.

Moet een GOK-beleid verstrengeld zijn in een algemeen schoolbeleid?
GOK kan je niet los zien van een schoolbeleid. GOK mag niet het comité van de openbare onderstand van de school zijn. GOK op een goede manier organiseren, betekent alert zijn voor een heel aantal dingen dat uiteindelijk aan alle leerlingen ten goede komt.

We hadden het daarnet al even over de besteding van GOK-uren. Je ziet in de praktijk twee grote opties. Sommige scholen kiezen voor coördinatie, andere voor GOK-leerkrachten die aan individuele leerlingenbegeleiding doen. Wat verkiest de inspectie?
Wij gaan scholen geen scenario’s aanbieden. Dat is een kwestie van pedagogische autonomie en vrijheid van onderwijs. Wij gaan enkel na of de analyse van de beginsituatie goed werd uitgevoerd en of de doelen werden gerealiseerd. Maar de GOK-leerkracht als leerlingbegeleider? Er zou toch een buffer moeten zijn. Leerkrachten moeten in eerste instantie zelf gelijke onderwijskansen trachten te realiseren, eerst en vooral preventief. Remediëring door een derde persoon kan slechts het sluitstuk van een aanpak zijn.

Je hoort sommige scholen klagen dat ze op termijn het slachtoffer worden van hun goed uitgebouwd GOK- en zorgbeleid. Ze worden beloond met nog meer zorg- en GOK-leerlingen waardoor de kar overladen dreigt te worden.
Dat hoor je inderdaad vaak. Scholen die worden doodgeknuffeld. Er zijn zelfs scholen die GOK-middelen hebben geweigerd omdat ze dat stigmatiserend vonden. Waar ik een beetje op hoop is dat GOK erin zal slagen een mentaliteitswijziging bij alle scholen op gang te brengen. Dat we af moeten van segregatie en dat openingen worden gemaakt naar leerlingen die men vroeger liever kwijt dan rijk was. Maar dat is niet evident. Dat besef ik.

Waar ziet u nog fundamentele problemen?

Ik twijfel soms of scholen het verschil kunnen maken voor de moeilijkste groep doelgroepleerlingen. Diegenen die uit zeer moeilijke thuissituaties komen en waar je zeer moeilijk grip op krijgt. En als ik dan merk dat op de arbeidsmarkt de gestelde eisen hoger en hoger worden en dat er nog nauwelijks banen zijn waar je geen kwalificaties of een beperkt aantal competenties voor nodig hebt, bekruipt mij soms een gevoel van pessimisme.

Wanneer zult u globaal tevreden zijn na de controle?
Wanneer we hebben kunnen vaststellen dat GOK-beleid niet langer een kwestie is van de problemen oplossen als ze zich stellen, maar van doordachte keuzes, een gecoördineerde aanpak en grondige en kritische evaluaties.

 

Tekst: Erik d'Haveloose, medewerker Steunpunt GOK

Foto's: met dank aan VTI Aalst en PTS Eisden

GOKnieuws

Laatste GOKschrift
GOKschrift 13 is uit. 

2008 Steunpunt GOK - auteursrecht & disclaimer - contact