start > secundair onderwijs > gok-speerpunten > brede school > interview Luc Lamote

De Lech Walesa van Borgerhout

Een van de geselecteerde Brede School-projecten is het Antwerpse Centrum voor Deeltijds Onderwijs Het Keerpunt. Wij trokken naar het Antwerpse district Borgerhout voor een interview met Luc Lamote, coördinator en bezieler van de school.

Terwijl ik op Luc Lamote zit te wachten, komen drie mensen binnen in zijn bureau en vragen of ik de pastoor ben. Lamote stelt me even later gerust. Er wordt wel degelijk een pastoor verwacht. Ik zie er niet uit als eentje, maar het Keerpunt is nu eenmaal een 'markt', een plaats waar het een komen en gaan is van mensen van allerhande pluimage, op zoek naar diensten en sociale contacten.

Luc Lamote is een buitenbeentje in het Vlaamse schoolleidersgilde. Hij is rad van tong, schuwt de straffe uitspraken niet en trapt bewust op zere tenen. ‘We nemen deel aan het publiek debat. Ik wil dat zoveel mogelijk mensen de feiten kennen over onderwijs in Antwerpen en die feiten zijn ernstig. In het watervalsysteem gaat het van tiktiktik en dan is er helemaal onderaan tok en die tok dat zijn wij en in feite hebben wij te veel leerlingen.’ Maar we gingen het in de eerste plaats over brede school hebben…

Wat is voor u de essentie van Brede School? Wat maakt een Brede School ‘breed’?

Voor mij bestaat de essentie van Brede School uit de maatschappelijke meerwaarde die ze kan realiseren voor de omgeving, de straat, de buurt, de stad. Voor deze school betekent dit de Prins Leopoldstraat, de wijk Oud-Borgerhout en de stad Antwerpen. Pedagogische meerwaarde is voor mij een belangrijke afgeleide en daarin verschil ik van mening met de mensen die de visietekst Brede School hebben geschreven. Maar kom, ik denk dat mijn mening niet tegengesteld is, maar eerder complementair. De Brede School is voor mij in de eerste plaatse een zaak van fysieke ruimte als opportuniteit. In de school huisvesten wij tal van projecten en organisaties: IQRA, een onderwijsondersteuningsproject dat gegroeid is vanuit de Marokkaanse gemeenschap, een onthaalproject voor nieuwkomers, buurtsportactiviteiten, ... We hebben een restaurant, een crèche, een muziekschool, een speelotheek, er staat een hammam op stapel. We organiseren catering en recepties, we werken voor de Roma. Te veel om op te noemen eigenlijk. En dat loopt allemaal door elkaar. Ik zie deze school als een markt. Waarom gaan mensen naar de markt? Om goede producten te kopen en te consumeren en om de buurvrouw te ontmoeten. Wel, dat is hier net hetzelfde.

Euh, ik dacht dat we hier met een school te maken hadden?

Het is een school, maar niet volgens de gangbare pedagogische concepten. En ik leg niet de nadruk op pedagogische meerwaarde omdat ik dat artificieel vind. Leerlingen worden hier voorbereid op de arbeidsmarkt en ze zijn tegelijk al op de arbeidsmarkt. Begrijp je? Het is niet doen alsof. Mijn leerkracht koken, dat is een kok en die ziet eruit als een kok. En die kok is een rolmodel en geen coach. En de leerlingen die koken, die moeten kwaliteit bieden, want op de markt lopen klanten en die willen consumeren. Dat is hier waarheid door werkelijkheid. De leerlingen voelen dan ook dat het menens is. Daarbovenop kan dan inderdaad pedagogische meerwaarde worden gecreëerd. Pas op, ik wil dat niet forceren, want dat is ook weer artificieel, maar ik kan je verzekeren dat bijvoorbeeld de muziekschool die we hier huisvesten, bij heel wat leerlingen de ogen doet opengaan. En zo zorgt de markt voor een verbreding van hun leefwereld. Nog belangrijker vind ik de netwerkvorming. Jonge moeders hebben bij ons geen enkel excuus om te laat op school te zijn. Ik duld dat niet. Waarom niet? Omdat we hier op school kinderopvang hebben. En wie werkt in de kinderopvang? Juist.

Wij zijn streng, maar we besteden tegelijk veel aandacht aan veiligheid. Zeker onze leerlingen hebben daar heel veel nood aan. We hebben veel moslims onder onze leerlingen. Wel, we hebben een oefenrestaurant waarin ‘hallal’ gewerkt wordt en meisjes die een hoofddoek willen dragen, die dragen een hoofddoek. Ik vind dat logisch. Wij zijn een katholieke school en daaruit vloeit automatisch respect uit voort voor religieuze tradities.

Dan vindt u de recente ophef rond al of niet hallal voeding in de Antwerse stedelijke scholen wellicht ridicuul?

U zegt het, zacht uitgedrukt.

In interviews laat u zich geregeld heel kritisch uit over het Vlaamse GOK-beleid en de pedagogische concepten die het beleid onderbouwen. Valt dit te rijmen met de Brede School-gedachte?

Ik vind het GOK-beleid een mislukking. Pas op! Al die mensen die er aan meewerken, die bedoelen het goed. Maar kijk eens naar de resultaten. We zijn twintig jaar bezig en dit zijn de cijfers. (Lamote toont me statistieken over toenemende uitval, Antwerpse scholen die verdwijnen, het Deeltijds Onderwijs dat leerlingen bijwint). Ik vrees dat er een fundamentele kloof is tussen het middenklassedenken van onderwijsbeleid, scholen en sociale werkers en de zaken waaraan een grote groep doelgroepleerlingen nood heeft. Wat wil men? Men wil van alle leerlingen middenklassers maken. Ik zeg u: van sommige leerlingen maakt men geen middenklassers. Ik ben ook zoekende, maar wij hebben ondertussen toch al heel wat ervaring opgebouwd en ik mag zeggen dat we een pedagogiek hebben kunnen ontwikkelen die werkt.


En uit welke elementen is die pedagogiek opgebouwd?

Taal, succeservaring en structuur. Wat betekent volgens u de zin ‘De las is zwak omdat de slak te dik is?’

Geen idee.

Natuurlijk niet, dat is lasjargon. Dit overkomt onze leerlingen permanent. Ze begrijpen onze taal niet, letterlijk en figuurlijk. Onze leerlingen komen dikwijls uit een bevelcultuur en dan zouden ze plots moeten gaan overleggen, samenwerken, communiceren of andere dingen doen uit onze middenklasse-overlegcultuur. Wel, in deze school wordt er door leerlingen niet samengewerkt.

Maar op de werkvloer worden toch volop sociale competenties verlangd?

Mijn zin was nog niet af. Op het einde van de opleiding leren ze wel degelijk samenwerken, maar eerst moet er ruimte zijn voor andere zaken. Orde, respect, structuur, duidelijkheid en veiligheid. Dat zijn de dingen die mijn leerlingen in eerste instantie nodig hebben. Dat én succeservaringen. Voor het einde van de eerste maand hier op school, gaan de leerlingen met iets naar huis dat ze zelf hebben gemaakt en waar ze trots op kunnen zijn.

Nog even over de taalkloof. Hoe dichten we die?

We moeten gemeenschappelijke ervaringen opbouwen. Leerkrachten en leerlingen moeten naar elkaar toegroeien, maar, pas op, de leerkracht moet boven de leerlingen blijven staan, daar druk ik op. En de directeur is de directeur. Ik eis respect. Waarom? Omdat ik het zeg. Zo gaat dat. Voor het einde van de tweede week hebben wij hier al een sportdag achter de rug, en voor het einde van de derde week hebben we al samen ontbeten. En als een leerkracht niet over de bok geraakt omdat hij te dik is, dan is er gespreksstof, dat kan ik je verzekeren. Samen sporten, samen ontbijten, samen bidden ook. We tellen heel wat moslims onder onze leerlingen, maar ook heel wat Oost-Europeanen met een sterke katholieke geloofsovertuiging. Op dat moment kunnen we ons katholiek profiel uitspelen, ook bij moslims, want we gaan terug op dezelfde wortels.

Luc Lamote popelt om me een rondleiding te geven doorheen de school, maar ik heb nog enkele vragen over samenwerking en netwerking met de partners.

Hoe rekruteert u partners en organisaties?

Niet.

Juist.

Geef me extra ruimte en er komen nieuwe partners. Er is zoveel nood, aan ruimte maar ook aan ontmoeting en netwerking. Dat gaat echt vanzelf.

Dus een Brede School maken is een fluitje van een cent?

Absoluut. Het is veel moeilijker om niet breed te zijn.

Waarom zijn er dan zo weinig Brede Scholen in Vlaanderen?

Oh, je moet dat in zijn context zien. En er zijn veel begrijpelijke redenen voor scholen om niet te willen instappen. Er kan veel fout lopen, op praktisch vlak bijvoorbeeld. Er zijn discussies over verzekeringen, respect voor materiaal, het afsluiten van lokalen en ruimtes. En samenwerken is altijd moeilijk. Het zorgt voor confrontaties. Maar dat vind ik net boeiend. Ook binnen de school. Collega’s kunnen ook soms weerstanden hebben. Maar ’t is niet altijd zo leuk, hoor. Soms gaat het ook over properheid van toiletten. Maar los daarvan is brede school als concept voor veel scholen te revolutionair. Scholen zitten in een bepaald keurslijf en missen de nodige flexibiliteit om met actuele maatschappelijke uitdagingen om te gaan.


Genieten jullie maatschappelijke waardering? En heeft de Brede School-aanpak hier positief aan bijgedragen?

Hier kan ik niet over klagen. De jongste jaren is er ontegensprekelijk een positieve dynamiek op gang gekomen in Oud-Borgerhout. Cinema Roma en het Ecohuis zijn hiervan de bekendste voorbeelden. Sinds de renovatie van de Roma (die achter de hoek ligt) en de start van Brede School, is de kans dat je in de Prins Leopoldstraat met criminaliteit wordt geconfronteerd, vijf maal kleiner geworden dan voordien. Gewoon omdat er nu meer schwung in zit en de sociale controle in de straat groter is. Maar kom mee, nu wil ik je de school laten zien.

Ik wandel met Luc Lamote door de school en hij heeft niet gelogen. Het is inderdaad een markt. Op de speelplaats staat een terras met tafels en parasollen. ‘Ah, is er ook een schoolcafé?’
'Neen, maar je verwarring is mijn bedoeling', krijg ik als antwoord. We wandelen langs een schrijnwerkerij, door keukens, kantoren. Overal zijn leerlingen aan het werk. Ze lijken het niet vreemd te vinden dat er mensen binnenwaaien en de leerkrachten ook niet. De sfeer is vriendschappelijk, van law and order of zero tolerance is geen sprake. Er wordt gelachen en er worden vaderlijke schouderklopjes uitgedeeld. Een leerling krijgt een complimentje voor de soep die hij net heeft gemaakt. ‘Succeservaringen’ knipoogt Lamote me toe. 'Vergis je niet. Ze weten dat er grenzen zijn. Ik meende dat van die orde en structuur. De losheid hier is bedrieglijk. Valt het je niet op dat telkens we ergens een deur openen er enkele seconden later iemand komt kijken? Welnu, dat is een vorm van sociale controle waar een brede school niet zonder kan.'

Tijdens de rondleiding laat Lamote een paar keer het woord ‘kwaliteit’ vallen. En hekelt tegelijk de slachtoffercultuur waarin zijn leerlingen soms worden gedwongen. Die gasten kunnen veel, maar de lat moet hoog worden gelegd. Geen troostprijzen. In ons restaurant willen we gastronomie met drie gangen per maaltijd en voor onze kinderopvang is er maar één criterium. Wil jij er je kinderen in onderbrengen?

We praten nog even na in Lamotes kantoor en we hebben het over sociale bewegingen en hoe die doorgaans door middenklassers worden aangevoerd. Hij verwijst naar Oost-Europa. 'En Walesa dan?', probeer ik. 'Ha, Walesa, ja je hebt gelijk. Weet je wat Walesa’s beroep was? Elektricien. En nu mag je drie keer raden wat mijn basisopleiding is?'

 

Tekst: Erik D'haveloose, medewerker Steunpunt GOK
Foto's: met dank aan Het Keerpunt

2008 Steunpunt GOK - auteursrecht & disclaimer - contact