Sterrenproject
Interview met Cathy Famaey, stagebegeleidster en Ellen Verleyen, leerkracht Nederlands van de Spectrumschool, campus Borgerhout
Jullie doen hier op school een Sterrenproject. Van waaruit is dat gegroeid?
C.F. : Toen wij met de richting Sociaal Technische Wetenschappen begonnen in de tweede graad, een richting die zich meer in de sociale sector situeert, merkten wij dat onze leerlingen weinig vertrouwd zijn met dat gebied. Zij kennen hun eigen cultuur, maar daarbuiten kennen zij weinig. En de stap zetten naar iets dat buiten hun cultuur ligt, is groot. Vanuit deze vaststelling is het Sterrenproject ontstaan. We willen er geen punten aan vast koppelen, maar delen sterren uit om het een beetje anders te maken voor de leerlingen.
Wat is de bedoeling van het Sterrenproject?
C.F. : De bedoeling is dat de leerlingen van 5 technische tijdens het schooljaar tien sterren behalen. Die sterren kunnen ze verdienen door een aantal projectjes te doen die te maken hebben met hun richting. Dat zijn vooral projecten in de sociale richting, maar het kunnen ook culturele projecten zijn of het kan bijvoorbeeld ook gaan om een bezoek aan de rechtbank.
Als zij mij ervan kunnen overtuigen dat het project iets met hun richting te maken heeft, dan kunnen zij daar sterren voor krijgen. Ze moeten een vijftal projectjes per jaar doen. Het aantal hangt af van welke projecten ze kiezen. Wij hadden vorig jaar bijvoorbeeld een leerling met een groot project: een opleiding tot jeugdadviseur volgen. Zij heeft daar 8 sterren mee behaalt. Dus die heeft dan in totaal 3 projectjes gedaan, maar er zijn er ook die dan 5 of 6 projecten doen
E.V. : Met dit project willen we de leerlingen aanmoedigen om zich belangeloos in te zetten en om hun blik te verruimen. Sommigen van onze leerlingen, en zeker onze meisjes, leven toch in een heel beperkte wereld. Door dat Sterrenproject hebben ze de stap één keer gezet en onze hoop en wens is dan (en we merken toch dat dat lukt), dat zij in het vervolg veel sneller die dingen doen. We hopen dat één keer als die wereld voor hen bekend is, ze er wel naartoe durven en dat zij zich later in het hoger onderwijs veel gemakkelijker in die sociale sector gaan begeven.
Het is dus niet alleen de bedoeling dat ze iets gaan bezoeken of volgen, maar ook dat ze zich actief inzetten voor iets?
C.F: Ja, één van de leerlingen is bijvoorbeeld gaan helpen in een vereniging die middagen organiseert voor meisjes van 11 tot 13 jaar. Ze heeft dat mee helpen organiseren en heeft activiteiten met die meisjes gedaan.
E.V.: Het kan heel breed gaan. Veel van onze meisjes mogen bijvoorbeeld van thuis niet mee op driedaagse. Als we de ouders zouden kunnen laten zien dat we daar met school bezig zijn, mogen ze dat misschien wel. Daarom was er dit jaar een meisje dat voorstelde om een Powerpoint over de driedaagse te maken om tijdens de opendeurdag te tonen. We hebben daarover gepraat in de klas en toen zei ik: “Misschien kan dat een ster zijn voor je Sterrenproject.’ Zij moet dan hiervoor bij mevrouw Famaey een aanvraag indienen met een motivatie. Wij bieden als school wel ideeën voor projecten aan en zijn van plan om dat nog meer uit te werken, maar zij moeten hun keuze maken en zij moeten het initiatief nemen om een aanvraag in te dienen.
Hoe bied je die verschillende mogelijkheden nu aan?
C.F.: We zeggen dat in de klas en bieden het ook op Smartschool aan. dat is een netwerk binnen de school. In de tweede graad moeten ze daar al wat meer mee werken, maar in de derde graad speelt dat een heel belangrijke rol. Ze moeten in het oog houden of ze berichten krijgen en via deze weg kunnen ze ook hun motivaties aan mij doorsturen.
Is er voor hen een computerlokaal ter beschikking?
C.F.: De meesten hebben thuis een computer ter beschikking, maar tijdens hun stage is er ook een uurtje voorzien waarbij ze hier op de computer kunnen komen werken tijdens het achtste lesuur. Ze mogen die motivatie ook geschreven komen afgeven aan mij, dat mag ook. Maar er wordt heel veel gebruikt gemaakt van Smartschool. Je kan daar thuis ook aan.
Hoe gaat het praktisch?
C.F: Als ze een project willen doen, sturen ze mij een motivatie op. Ze gebruiken daarvoor een leeg formulier met een stramien dat ze moeten invullen. Zo dienen zij hun aanvraag in. In de motivatie moeten ze zeker schrijven wat het project met hun richting te maken heeft en hoeveel sterren ze ervoor wensen te krijgen. Dan keur ik dat al dan niet goed. Achteraf moeten zij nog een verslag maken. Hebben ze eruit geleerd wat ze eruit verwacht hadden te leren? Wat hebben ze nog ontdekt? Dat vind ik er graag in terug.
Mogen ze ook zelf met ideeën afkomen?
E.V: Ja, zeker. Twee jaar geleden ben ik met de leerlingen naar het Plantyn Moretus museum geweest. Toen hadden ze zo’n beetje de smaak te pakken en dan zijn er een aantal leerlingen op eigen initiatief naar het Rubenshuis geweest. Op die manier verleggen ze hun grenzen, maar natuurlijk verdien je met zo’n project maar één ster omdat dat passief is. Als je iets actiefs moet doen, dan krijg je meer sterren.
Als je een aanvraag niet goedkeurt, motiveer je dat dan ook?
C.F: Ja, zeker. Ofwel ga ik dat afgeven in de klas ofwel stuur ik het gewoon terug, maar als het niet goedgekeurd wordt, dan geef ik daar zeker een woordje uitleg bij. Als ik het goedkeur, dan schrijf ik er iets bij als ‘Tof project’ of ‘Veel plezier ermee’.
Is dit een soort voorbereiding op de stage?
C.F: Ja, in het vijfde jaar gaan ze voor het eerst op stage. In het zesde jaar wordt die stage nog uitgebreid. Dat heeft heel wat voeten in de aarde. Er komen veel dingen tegelijk op de leerlingen af. Het Sterrenproject helpt de leerlingen om zich beter te organiseren, activiteiten te plannen, contact op te nemen met een verantwoordelijke, … Ze moeten hun aanvraag bijvoorbeeld twee weken op voorhand doorsturen. Want anders krijg ik een dag van tevoren een motivatie en zo werkt dat niet. Ik antwoord vrij snel, meestal binnen de 24 uur, zodat ze weten of het goed of niet goed is.
Vanaf volgend schooljaar zouden we de verschillende projecten vanaf het begin willen aanbieden, zodat ze meer op voorhand kunnen plannen. Een idee van de collega opvoedkunde was om mensen naar school te halen met standjes of sprekers (van het JAC bijvoorbeeld) om het op die manier nog concreter te maken.
Worden de andere leerkrachten ook in het Sterrenproject betrokken?
E.V.: Dat begint een beetje te komen. Dit project biedt bijvoorbeeld veel mogelijkheden voor het vak Nederlands. Ze moeten een motivatie schrijven, een verslag schrijven, … We hebben onlangs samengezeten om te bekijken hoe we dit gaan integreren in die andere vakken zonder dat al te dwingend te maken. Want het Sterrenproject is iets dat buiten de lesuren valt.
Merk je effect van het Sterrenproject?
E.V.: Je ziet door dat project heel snel welke leerlingen moeite hebben met stages, welke de muren zijn waar ze tegenaan lopen. Ze spreken daar dan over in de les en dan krijg je er veel sneller zicht op wie je moet helpen bij die stages. Dat is heel belangrijk voor hen, want met die stages staat of valt alles.
C.F.: Diegenen die het Sterrenproject heel goed kunnen invullen, zijn ook diegenen die heel goed op stage zijn en die heel erg thuis horen in de sociale sector. Diegene die minder sociaal zijn, hebben daar veel meer moeite mee. En die hebben dat dan natuurlijk ook wel nodig, die extra oefening, zonder te veel druk op hun schouders te leggen. Zij kunnen hier ook in kiezen. Als zij het echt moeilijk hebben om voor een groep mensen te praten, dan kunnen ze een andere opdracht kiezen. Zo leren ze reflecteren van waar ben ik goed in, wat ligt mij, wat ligt mij niet, welke keuze ga ik maken, dat kiezen wat het beste bij hen past,…
Ik denk dat ze zichzelf zo beter leren kennen, maar kan je nu al de winst zien? Ja, voor sommigen natuurlijk wel. Als die ene leerling die training volgt van jeugdadviseur, dan zal dat ook prachtig staan op haar CV later. En wat ik ook wel vind is dat de leerlingen op stage veel sneller bereid zijn om niet enkel die 4 uur of die 8 uur stage te doen, maar ook in te springen als ze op de stageplaats vragen om bijvoorbeeld op een zaterdag te komen helpen omdat de Sint komt.
Gaan ze ook sneller initiatieven nemen?
C.F: Ik zou graag ja zeggen, maar ik weet dat eigenlijk niet. Want in het begin krijg je de vraag: ‘Hé, waarom moeten wij dat hier doen? In andere scholen is dat toch niet.’ Op het einde van het jaar moeten we een beetje de balans opmaken. Ik heb toch al leerlingen gehoord die zeiden ‘dat was tof of dat was interessant’. Op de stageplaatsen hoor ik ’Het is tof dat de leerlingen komen helpen.’ Stageplaatsen zijn heel tevreden en zeggen dat de leerlingen daar mogen komen solliciteren, omdat die zich in hun vrije tijd ook wel inzetten. En als ze het dan één keer gedaan hebben, vinden ze het tof en willen ze dat zonder sterren ook wel doen.
Welke consequenties hangen er aan die sterren vast?
C.F: Eigenlijk geen. Maar dat weten de leerlingen niet. Het komt op hun rapport te staan. Ze zien op hun rapport hoeveel sterren ze al hebben. Maar als ze op het einde van het vijfde jaar geen 10 sterren hebben, bijvoorbeeld maar 8 sterren, dan moeten ze in het zesde jaar die 2 sterren nog halen. Maar het heeft geen consequentie voor de punten. Dus wij kunnen niemand buizen vanwege het Sterrenproject, maar iemand die op het einde van het jaar geen enkele ster heeft, dat zal ook iemand zijn die het op stage waarschijnlijk niet zo goed doet, of die die schoolse attitude mist. Dat hangt wel samen. We hebben nog niet meegemaakt we iemand hebben met fantastische resultaten en fantastische stages en dan voor dat sterrenproject niets. Dat zit wel organisch in elkaar. Het gaat erom om vrijwillig iets te doen.
Moet je hen ervoor motiveren?
C.F..: Ik stel het voor hen voor als een deel van hun stage. Het verschil is dat hun stage opgelegd is, in een vaster stramien zit en tijdens de lesuren valt. Het Sterrenproject is buiten de lesuren en ze moeten er zelf meer initiatief nemen. Dat initiatief nemen is belangrijk: zelf keuzes maken, zelf hun verantwoordelijkheid nemen.
Sommige leerlingen moeten al een grote drempel over om eens iemand op te bellen. Voor anderen is dat dan weer heel vanzelfsprekend. Leerlingen die van nature niet zo sociaal zijn en niet durven bellen, leren daar heel veel mee. Als hen dat helpt, mogen ze eventueel hier op het bureau komen telefoneren. Voor leerlingen die minder sociaal zijn, bieden we ook dingen aan die voor hen niet zo moeilijk zijn, bijvoorbeeld tijdens 50-tig jarig bestaan van onze school mensen begeleiden.
Halen de meeste leerlingen op het einde van het jaar 10 sterren?
C.F: Ja, ze halen allemaal 10 sterren. Behalve een leerling waarvan is gebleken dat die echt ook niet paste binnen die richting. Dat project is echt wel een barometer.
Op welke manier draagt het sterrenproject volgens jullie bij tot de bevordering van gelijke kansen van de leerlingen?
E.V.: Het is ontstaan vanuit die nood aan gelijke kansen. Als mijn buurmeisje uit Boechout zo’n opdracht moet doen, gaat dat vanzelf, hè. Maar voor onze leerlingen is dat veel minder vanzelfsprekend. Terwijl het iets is wat ze nodig hebben als ze in die richting zitten: initiatief, sociale vaardigheden, inzet… en ze hebben dat in zich, maar zij kunnen dat niet tonen omdat ze het niet kennen. Ze kunnen dan ook thuis zeggen: mama en papa, ik moet nu weg, want ik moet iets doen voor school. Anders zou er waarschijnlijk gezegd worden: ‘Nee, want je moet nu koken voor de familie of je moet de woonkamer nog kuisen.’ De leerlingen die zich wel gemakkelijker bewegen in het sociaal milieu, die trekken hun klas op omdat ze er onderling over praten. Ze vertellen wat ze zelf hebben gedaan en dan zijn er dan dikwijls die dat ook gaan doen.
Wat vinden de leerlingen er zelf van? Doen ze dit graag?
E.V.: Ze zijn er heel erg mee bezig. Die van het zesde jaar halen er nog altijd herinneringen aan op. Ze doen dingen die ze anders waarschijnlijk niet zouden doen, waar ze niet mee in contact zouden komen of wat ze niet zouden durven. In dat opzicht geeft hun dat gelijke kansen met mijn buurmeisje die sowieso al in de chiro of in de scouts zit of al ergens meehelpt om kindjes te begeleiden.
Hebben jullie hier GOK-uren voor gebruikt?
C.F: Neen, want we hebben dit opgestart zonder GOK-uren. We hebben ook pas achteraf beseft dat het past binnen GOK.