De doceerluwe week
Interview met Heidi Simons van de Provinciale Handelsschool in Hasselt
Jullie hebben een doceerluwe week georganiseerd. Waaruit ontstond dit initiatief?
Het initiatief komt vanuit de GOK-werking binnen onze school: één van onze hoofddoelstellingen hierbij is namelijk om de prioritaire GOK-thema's 'preventie en remediëring van studie- en gedragsproblemen' en 'taalvaardigheidsonderwijs' te integreren op school-, leerkracht- en leerlingenniveau. Ikzelf als GOK-coördinator, Johan en Philip als taalcoördinatoren, het CLB, het POV en de directie hebben dan een eerste aanzet willen geven tot deze integratie via het organiseren van de studiedag, de doceerluwe lesweek en het schooljaar erna een 2de studiedag met in huis aanwezige expertise...
Wat gebeurde er op die eerste studiedag en in de doceerluwe week?
Op 24 oktober 2006 hebben we een studiedag ingevuld met een aantal workshops rond contractwerk, projectwerk, taalleermethoden, taalvaardigheid binnen niet-taalvakken, … . Na afloop van die pedagogische studiedag hebben we gevraagd aan leerkrachten of ze die aangeleerde technieken ook eens wilden proberen toe te passen in de les. Wij hebben in samenspraak met de directie beslist hiervoor een doceerluwe lesweek te organiseren. Dat hebben we wel op voorhand aangekondigd, zodat de leerkrachten ook met die ingesteldheid naar de pedagogische studiedag gingen. Tijdens die week mochten de leerkrachten allerlei lestechnieken in hun klassen toepassen. We hadden ook een forum op smartschool opgericht om ervaringen uit te wisselen en ze mochten ons uiteraard altijd aanspreken als ze vragen of bedenkingen hadden. Achteraf vroegen we om een korte omschrijving te geven van wat ze gedaan hadden in welke klas en hoe zijzelf en de leerlingen dat gesmaakt hadden.
Vielen de resultaten mee?
Ja, over het algemeen was het zeer positief en er zijn een heel aantal leerkrachten die die technieken hebben toegepast. Er zijn er wel maar een twintigtal die dat ook effectief op papier hebben gezet, maar er waren ook een heel aantal mensen die naar aanleiding van de pedagogische studiedag beseft hebben dat ze eigenlijk al heel veel doceervrij lesgeven. Zij hoefden zich in die doceerluwe week niet aan te passen, want zij geven al op andere manieren les. Daarom en ook omdat die workshops door de externe mensen die we hadden aangetrokken, niet altijd zo goed gegeven werden, hebben we het jaar daarop een pedagogische studiedag georganiseerd waarbij onze eigen mensen aan elkaar de doceerluwe technieken doorgaven en ook dat viel heel goed mee. Maar het gaat stap voor stap. We zijn nu zover dat we op het einde van het trimester leerkrachten heel kort bevragen over welke doceerluwe technieken ze toepassen.
Wat was voor verbetering vatbaar?
Die week was eigenlijk te kort. We hebben daarom het idee opgevat om het dit jaar opnieuw te doen en er een doceerluwe maand van te maken. Want de mensen wisten het wel op voorhand, maar echt schuiven in een programma voor een week, is moeilijk. Bepaalde leerstofdelen lenen zich blijkbaar minder, en in bepaalde klassen zelfs helemaal niet, tot doceerluw lesgeven en wij blijven voorstander van een combinatie. Een stukje doceren mag. Maar voor de leerling is het veel fijner als er afwisseling inzit. Leerlingen worden sneller gemotiveerd als zij bezig zijn. En als ze van elkaar kunnen leren, onthouden ze dat gemakkelijker.
Merk je in de gewone klaspraktijk dat meer mensen meer doceerluwe lesvormen gaan gebruiken?
Ja, ik denk het wel. Er zijn ook veel jongere leerkrachten die als ze hier beginnen toch wel wat extra
lestechnieken achter de hand willen hebben. En als je je leerlingen aan het werk kunt zetten en je kunt die begeleiden, dan zijn die leerlingen meer mee. En als leerkracht merk je dat als je als coach optreedt, dat eigenlijk ook wel goed gaat. Nu, ik ben er ook van overtuigd dat een aantal leerkrachten volhouden dat doceren de beste techniek is en zich daaraan vasthouden, maar alle beetjes helpen. We hebben een brochure gemaakt om onze collega’s te overtuigen. Daarin beklemtoonden we dat iedereen echt al goed bezig is, maar dat een kok ook andere recepten uitprobeert. Soms valt dat in de smaak en soms niet. Onze brochure had dan ook de titel ‘Verandering van spijs doet eten.’, met als suggestie: verander eens van ingrediënten, misschien vinden de leerlingen dat wel lekker.
Kan je concrete voorbeelden geven van wat er allemaal gebeurd is?
Er werden verschillende dingen werkvormen gebruikt:
- Veel leerkrachten werkten met portfolio’s. De leerlingen maakten een soort dossiertje van zichzelf, voerden een opdracht zelfstandig uit en beschreven hun ervaringen hierbij, zowel positief als negatief.
- Een aantal leerkrachten werkten met coöperatieve opdrachten, dus leerlingen van elkaar laten leren.
- De informaticaleerkrachten hebben gewerkt met begeleid zelfstandig leren, waarbij je opdrachten geeft aan de leerlingen en als coach begeleidt waar nodig. Bij boekhouden is dat ook gebeurd: oefeningen maken, die aan bord brengen en zelf fouten verbeteren. Dat zijn dingen die eigenlijk al vrij vaak gebeuren.
- Contract- en hoekenwerk werd vooral in BSO toegepast. Zij kozen een thema, in dit geval het ontstaan van geld. Ze werkten in vier hoeken en moesten dus vier taken rond het thema geld uitvoeren. Een van de taken was bijvoorbeeld een tekst schematiseren. Elke leerling kreeg vijftien bladzijden. Die moesten ze volledig doornemen en de taken die daarin stonden, oplossen. De leerlingen waren er echt mee begaan zijn. Ze werkten rustig verder en kregen het binnen de tijd af.
- De niet-taalleerkrachten hebben geprobeerd taalvaardigheid te stimuleren in hun vakken, want dat was ook één van de doelstellingen.
Het is wel zo dat daar veel voorbereidingstijd van collega’s in kruipt, maar het loont de moeite.
Hoe integreerden jullie taalvaardigheid in andere vakken? I
Ik heb dat zelf ook geprobeerd in het zevende jaar via begeleid zelfstandig leren. De leerlingen kregen een stapeltje handels- en transportdocumenten. Per groepje van drie of vier moesten ze de documenten opzoeken via internet. Dan moesten ze daar een presentatie rond maken en er een toets over opstellen. Die presentatie moesten ze aan hun medeleerlingen geven in de weken na de doceerluwe week. Nadat ze de presentatie gegeven hadden, moesten ze van hun medeleerlingen een toetsje afnemen. Die toets mochten ze achteraf verbeteren en werd ook nagekeken op taal. Ze moesten dus punten geven aan hun medeleerlingen. Anderzijds moesten hun medeleerlingen de presentatie beoordelen die ze gegeven hadden. Dit was dus een vorm van peer-evaluation.
Wat zijn de toekomstplannen?
Momenteel zijn we toe aan onze 3de GOK-cyclus (ons 7de GOK-jaar). We verder werken aan deze integratie op de drie niveaus.