start > secundair onderwijs > materiaal screeningsmateriaal > interview Johan Hulsbosch

Schoolkrant en taalbrief

Interview met Johan Hulsbosch, leerkracht Nederlands van de Proviciale Handelsschool in Hasselt met tussenkomst van collega Philip Hanot

Welke interactieve werkvormen gebruik je?
Ik gebruik hoekenwerk, contractwerk, groepswerk... Ik werk heel erg taakgericht. Daar komt het eigenlijk op neer. Ik laat leerlingen zelf dingen ontdekken en geef hen de opdracht om daar achteraf over te reflecteren.

Kan je een concreet voorbeeld geven van iets wat je nog maar pas gedaan hebt?
Ja, ik denk nu spontaan aan de schoolkrant ‘Handel en Wandel’. Ik ben daar verantwoordelijk voor. Ik bereid de uitgave daarvan voor met de leerlingen. Ik laat ze vooraf eerst brainstormen: wat is een goed artikel, wat moet er in zo’n schoolkrant staan, hoe moet die evenwichtig opgebouwd worden,… We nemen er een paar tijdschriften en een paar oude exemplaren van de schoolkrant bij. Dan doen de leerlingen voorstellen: waarover willen we schrijven? Ze moeten die voorstellen ook motiveren en bedenken hoe ze dat gaan aanpakken.

Op de dag waarop ze de schoolkrant maken, worden ze een dag lesvrij gemaakt en krijgen ze in groepjes van twee twee opdrachten en als er een groepje van drie is, drie opdrachten. Tegen half vier, het einde van de schooldag, moet hun artikel afzijn. Achteraf wordt dat nog eens nabesproken. Wat ging er goed? Hoe zou ik het volgende keer anders aanpakken? En dat wordt dan beoordeeld.

Heeft een dergelijk initiatief positieve effecten op de doelstellingen waaraan je binnen GOK werkt?
Ja. Absoluut. Ten eerste zijn leerlingen enorm gemotiveerd door dergelijke opdrachten. Ze zijn echt concreet met taal bezig en ze doen dat met enthousiasme. Het voelt voor hen niet aan als een schoolse opdracht die ze moeten doen. En dat is een enorm pluspunt. Ze willen er ook het beste van maken. Het is een concrete opdracht voor een concreet levend publiek en dat hangt niet zomaar in het ijle, het is niet abstract. Dus ze zeggen van ‘Hé, we willen toch niet afgaan. Die schoolkrant die krijgt iedere leerling in zijn handen, dat moet goed zijn. Kijk eens, is dat goed? Hoe doe ik dit? Hoe doe ik dat?’ 

Doen jullie hier op school ook dingen die een stap zetten naar de realiteit buiten de school?
Er wordt grotendeels binnen de school gewerkt, maar we proberen wel binnen een bepaalde context te werken. Als we een examenvraag formuleren met een schrijfopdracht, dan geven we ook aan voor welk publiek ze moeten schrijven, ook al is het dan soms fictief. Bijvoorbeeld: veronderstel dat je redacteur bent van een jongerenmagazine, schrijf dan eens over dat onderwerp.

Gebruiken jullie je bepaalde lesmaterialen als inspiratie of bedenk je alles zelf?
Neen, ik bedenk dat niet allemaal zelf. Met het internet is er zoveel materiaal. Dat neem ik soms letterlijk over, soms bewerk ik dat en soms bedenk ik dingen zelf. Betekent deze manier van lesgeven meer werk dan wanneer je gewoon zou doceren? Het grote pakket werk zit vooral in het verbeteren. Ik gebruik zelfevaluatie, procesevaluatie en productevaluatie.

Waar let je op bij de procesevaluatie?
Ik heb daar een formulier voor. Dat gaat van ‘Hoe was ik voorbereid?’ over dingen als enthousiasme, samenwerking.

Zijn er nog andere initiatieven die jullie nemen op gebied van taalbeleid?
Wij zijn nu aan het werken op leerkrachten niveau. Daarvoor gebruiken we Smartschool. Ik heb nu twee nummers van een taalbrief gemaakt. Ik probeer het kort te houden, maar geef dan links naar meer uitgebreide informatie. Er zitten ook wat luchtigere dingen tussen, bijvoorbeeld een filmpje van een interview met Joop van der Horst, de man die het boek geschreven heeft over het einde van de Standaardtaal. Daarin legt hij heel goed uit hoe dat nu in elkaar zit. Dat zet ik erin omdat er een discussie was over taalnormen: wat doen we nu met spelling? Als leerlingen spelfouten maken in een examen geschiedenis, mogen we daar nu punten voor aftrekken of niet?

We zijn ook van plan om bij de leerkrachten Nederlands de evaluatiecriteria voor taalvaardigheid te verzamelen en die dan ook er beschikking te stellen aan de leerkrachten van andere vakken. Daarbij gaan we uitleggen welke richting we uitgaan en iedereen stimuleren om in dezelfde richting mee te denken.

(Collega P.H komt tussen): We zouden ook willen om het adagio ‘elke leraar is een leraar Nederlands’ en elke les is een les Nederlands, zo concreet mogelijk te maken. Wat je elke dag als leerling moet doen, is werken met teksten. Daarom hopen we van een aantal leerkrachten een concrete tekst te krijgen, die bijvoorbeeld over economie gaat en die de leerling in zijn cursus heeft staan. Dan kunnen we samenwerken met die leerkracht en proberen via oefeningen en een aantal varianten het taalniveau van de leerlingen een beetje op te krikken. Dat is ook leerkrachtgericht werken. Maar dat is niet zo evident.

(J.H.): Neen, dat is een werk van langere adem natuurlijk. Wij zien onze functie ook als een dienende functie. Wij willen het de mensen makkelijker maken om dat er ook nog eens bij te nemen. We hopen dat ze inzien als leerlingen taalvaardiger worden, ze ook beter worden voor hun vak. Het heeft ook met leren leren te maken. Dat hangt allemaal een beetje samen. In welke mate heeft het feit dat jullie GOK-uren hebben hiertoe bijgedragen? Zonder die GOK-uren zou het heel moeilijk zijn om dit allemaal te realiseren.

2008 Steunpunt GOK - auteursrecht & disclaimer - contact