start > secundair onderwijs > materiaal screeningsmateriaal > interview Philip Hanot

Interactieve werkvormen in de praktijk

Interview met Philip Hanot, leerkracht Nederlands van de Proviciale Handelsschool in Hasselt

Je gebruikt vaak interactieve werkvormen in de taallessen. Kan je daar iets meer over vertellen?
Ik doe nogal eens groepswerk en contractwerk. Ik zit in een 5 en 6TSO en dat zit geïntegreerd in het handboek, Nieuw netwerk Nederlands voor B-richtingen. Dat materiaal is zodanig opgebouwd dat je met groepjes kan werken. Ik gebruik de dingen die in het handboek staan om de mensen bij elkaar te zetten en een beetje gedifferentieerd te werken.

Vind je het zelf leuker om op die manier les te geven?

Absoluut. De andere manier van lesgeven (leraar zegt, leerling luistert), daar kom je eigenlijk niet helemaal onderuit, maar je merkt toch na verloop van tijd dat je steeds meer naar een interactieve werkvorm gaat. Voor de leerling is dat eigenlijk toch het beste omdat je hen moet stimuleren om zelfstandig te werken, zelf op zoek te gaan naar informatie, die informatie te verwerken en van één persoon naar een andere te brengen.

Wat maakt dat het voor jezelf ook aangenamer is?
Je wordt een beetje meer een coach en een beetje minder een preker. Het is aangenaam om te zien dat leerlingen stilaan beter met die werkvormen kunnen werken.. Als je ziet dat een leerling op een andere manier informatie begint te verzamelen, dat die automatisch naar een tekst gaat met in zijn achterhoofd verschillende leesstrategieën, dat die met anderen leert samenwerken, dat hij leert vragen aan de leraar om even te helpen met iets dat niet goed gaat, dan heb je daar als leraar meer plezier van. Het hele leerproces zelf is voor de leraar een aangenamer iets. Als je daarentegen ex cathedra lesgeeft, dan is eigenlijk het antwoord dat de leerling geeft in de klas en ook de toets de toetssteen. Dit is goed, maar je krijgt een vrij beperkt beeld van de leerling dan bij die andere werkvormen. Bij interactieve werkvormen; zie je meer aspecten van de leerling. Je ziet de leerling meer als persoon, als lerende persoon, maar ook als sociaal persoon. Als dat dan meevalt, is dat een aangenamere leservaring.

Heeft dit positieve gevolgen voor gelijke onderwijskansen?
Ja, omdat leerlingen van elkaar leren. Als je met groepjes werkt, is het echter niet de bedoeling dat je de 2 of 3 sterke leerlingen bij elkaar zet en 2 minder sterke leerlingen in een ander groepje met elkaar laat samenwerken. Je moet ze over verschillende groepjes verdelen, zodat ze van elkaar leren. Zo krijg je een voller leerproces.

En wat vinden de leerlingen er zelf van?
Er zijn positieve reacties, maar er zijn er ook die zeggen: krijgen we nog les? Het hangt er vanaf waar die leerlingen vandaan komen en wat die tot nu toe hebben meegemaakt, met welke lesvormen ze vertrouwd zijn. Er zijn nog altijd veel leerlingen die vertrouwd zijn met en situatie als: ik zit hier, dit is mijn handboek, dit is mijn werkboek en voor mij zit er een mijnheer of mevrouw, die vertelt en ik vul aan en ik volg. Daarom is de stap naar: ‘Dit is de opdracht en doe eens iets nu.’ voor sommigen niet zo makkelijk. Maar goed, er zijn er ook anderen die daar heel goed mee weg zijn en die er ook in groeien.

 

2008 Steunpunt GOK - auteursrecht & disclaimer - contact